- Landen
Vakantie Tunesië

Offerte vakantie Tunesië? Klik hier
De bevolking van Noord-Afrika bestond in oude tijden, in ieder geval vanaf het derde millennium voor Christus, uit Berbers. Zij waren zelf van onduidelijke gemengde oorsprong, maar hadden een enigszins uniforme taal en sociale organisatie waarvan door de eeuwen heen feitelijk nog maar weinig is overgebleven. Nog slechts 1% van de huidige bevolking beheerst die taal en dat zijn stammen die diep zuidelijk in de woestijn wonen waar overigens ook het Arabisch gesproken wordt. De berbergroepen die nog hun oude taal spreken zijn de Toearegs en de Kabyliërs. Tussen de 7de en 11de eeuw overspoelden opeenvolgende Arabische legers vanuit het oosten, samen met nomadische stammen, het momentele Tunesië binnen. De Arabische- en Berbercultuur mengden, maar het Arabisch drong zich op als de taal van de schriftgeleerden en de handelaren. Vanuit het zuiden drongen negroïde rassen het land binnen en vestigden zich in de vruchtbare oasen van Chott el-Djerid en Djerba. Vanaf de 15de eeuw waren in Tunesië onderdanen van het Ottommanse Rijk gevestigd maar die huwden nooit met de lokale bevolking, ook uit godsdienstige overwegingen. Na 75 jaar Franse overheersing, dat het land niet alleen heeft uitgebuit maar zeker ook verder heeft helpen ontwikkelen tot een voorname mediterrane staat, is Al Jumhuriyah at-Tunisiyah, zoals het land officieel heet, sind 1956 een constitutionele republiek.
Landschap en klimaat
In het zuiden is de woestijn de Sahara met Libië een natuurlijke grens, zeg maar gerust een natuurlijke barrière zoals de blauwe zee dat is in het noorden en oosten van het land. Daar heerst een woestijnklimaat Het heeft een kustlijn van maar liefst 1200 kilometer. Daar heerst een subtropisch mediterraan klimaat. In het westen wordt het door het Dorsale gebergte van Algerije gescheiden. Dat gebergte loopt dwars door het land, is hoog in het zuidwesten bij Kasserine en ten noorden van Gafsa en daalt dan langzaam af in de richting van Tunis. De dorsale of Hoge Tell vormt de klimaat- en waterscheiding tussen het mediterrane noorden en de droge steppe in het midden van het land. De kalksteenbergketen is een plooiingsgebergte dat door erosie vernietigend is aangetast zodanig dat meerdere puisten solitair in het landschap zijn komen te staan. Een sprekend voorbeeld is de zogeheten ‘Tafel van Jughurta’ aan de grens met Algerije. De hoogste berg van Tunesië is onderdeel van de Dorsale. Het is de Djebel Chaambi ten westen van Sbeïtla en Kasserine en is 1544 meter hoog. Oostelijker ligt nog de 1295 meter hoge Djebel Haghouan. Een uitloper van de Algerijnse Tell, de Khroumirie bergen, is bij Aïn Draham, met kurkeiken, steeneiken en Aleppodennen bedekt.
Bezienswaardigheden
Er is geen plek in Tunesië waar je niet stuit op overblijfselen uit het Romeinse Rijk, vooral in steden als Dougga, Sbeïtla, Carthago en Thuburbo. De Romeinen zagen steden als hoekstenen van hun beschaving en daar kwamen de burgers in de openlucht bijeen op het door tempels omgeven forums maar ook in badhuizen en in het amfitheater. In Tunesië is het allemaal bewaard gebleven. In de steden van nu vind je in de medina, dat oorspronkelijk stad betekent, de bazaars en gebedshuizen die vaak van verbluffende Moorse architectuur zijn. Voorbeeld is de Zitouna Moskke in Tunis, niet zomaar een moskee maar een centrum van geleerdheid en onderwijs voor geheel Noordwest-Afrika. Het Museum Dar ben Abdallah is één van de fraaist gedecoreerde woonhuizen van de stad uit de 18de eeuw, Italiaanse bouwstijl met veel marmerversiering en houtsnijwerk. Bij Cap Bon aan het noordoost puntje ligt Kelibia, een klein stadje met een belangrijke vissershaven. Het gebied rondom produceert de zo geliefde muskaatwijn.
